Na de wedstrijd


Na de wedstrijd ontplofte de stad bijna

Rotterdam doet denken aan de eerste uren na de bevrijding in 1945, er wordt vuurwerk afgestoken; voor het stadhuis worden politiemensen op de schouders genomen en er wordt gehost; gehost gezongen en gehost zonder dat er incidenten zijn. Voor het stadhuis verschijnt burgemeester Thomassen. Het loopt tegen één uur in de nacht. Rotterdams jeugd zet een agent die zojuist in de lucht is gegooid weer op de voeten en pakt de burgervader. Hoog boven de hoofden van een golvende mensenmassa wordt hij het stadhuis binnengedragen. Via een van de politie geleende megafoon spreekt de heer Thomassen zijn stadsgenoten toe. Hij zegt: “Al dertig seconden na de wedstrijd kreeg ik mijn Amsterdamse ambtgenoot Samkalden aan de lijn om me geluk te wensen met de uitslag.”

Op het Hofplein springt een aantal jongeren in de fel spuitende fontein. Ze koelen niet af, want, zo zingt het legioen: “Wie heeft er weer een goal gescoord: Feijenoord.” Zo gaat Rotterdam de nacht in. Een nacht met volgepakte cafés, overvolle straten, maar ook een nacht zonder wanklank, want ‘oom agent’ doet mee. Hij host en zingt met het legioen: ‘hand in hand kameraden’. De al wat bejaarde man die in het middernachtelijk uur op de Coolsingel staat merkt het niet. Terwijl hij vol gedachten naar het kabelbaantje van C’70 staart verft een jongeman zijn schoenen. De een wit, de ander rood. Het zijn de kleuren van Feijenoord. Pas als de kladderaar zich met de ware woede van een echte supporter, compleet met verfbussen op een auto stort, ontwaakt de oude. Hij lacht. Hij lacht zoals zovelen, want Feijenoord heeft de cup.Weinige minuten is de auto een in een rode en witte blokken omgetoverd vehikel geworden dat kleverig en druipend zijn weg gaat zoeken door een stad die dol is van vreugde omdat Feijenoord het heeft gehaald. Uit Algemeen Dagblad, 8 mei 1970